Maandagochtend rijd ik naar de Damclub Lent aan de Jo Eversstraat, om daar de eerste officiële zet te doen voor de halve finale van de Nederlandse damkampioenschappen voor junioren. Ik zie al wat gespannen hoofden aan de borden zitten.
Organisator Sander Spaans, zelf een goede dammer en ook kleinzoon van mijn schoonvader, houdt een mooi openingswoordje en vervolgens feliciteer ik de club met het zeventig jarig bestaan. Het is lang geleden dat ik zelf gedamd heb, dus ik heb enige hulp nodig voor die eerste zet. Het loopt allemaal goed af.Maandagmiddag heb ik verschillende ambtelijke overleggen, al zijn ook die vanwege de vakantieperiode in samenstelling flink uitgedund. Aan het einde van de middag komt een nietsvermoedende André Stufkens mijn kamer binnen. Nu ja, niets vermoedend; op weg naar het stadhuis werd hij alvast door een onverlaat gefeliciteerd, jammer. Vrijdag bij de lintjesregen zat hij in Parijs, vandaar dat hij nu pas aan de beurt is. André krijgt door mij de onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje Nassau opgespeld vanwege zijn grote verdiensten voor de geestelijke en culturele nalatenschap van de grote Europese en Nijmeegse filmer Joris Ivens en voor zijn inspanningen om de middeleeuwse kunst van de gebroeders Van Limburg onder de aandacht te brengen. Mijn kamer zit vol vrienden en familie van André. Hij is er zichtbaar verlegen mee.
’s Avonds eet ik bij Tijn en Agnes Kortmann in De Heilig Landstichting. Meer dan 26 jaar geleden kwam ik voor de eerste keer bij hen thuis, toen als jonge wetenschappelijk medewerker van een jonge en versbenoemde hoogleraar staatsrecht. Door de jaren heen is de vriendschap gebleven.
Dinsdag 29 april gun ik mijzelf een cultureel dagje in de regio. Ik breng een privébezoek aan het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek en bekijk nauwkeurig de fraaie expositie Nijmegen tussen bezetting en bevrijding, die ik vorige week mocht openen. In de museumshop schaf ik de oorlogsherinneringen aan van James Megallas, de meest gedecoreerde militair van de beroemde 82ste Airbornedivisie. Megallas vocht als luitenant van de Italiaanse stranden tot en met Berlijn. In Nijmegen stak hij op 20 september 1944 met H-compagnie van het 3de bataljon, 504de pararegiment in de eerste aanvalsgolf de Waal over en behoorde bij de mannen die de noordzijde van de verkeersbrug veroverden.
Ook bezoek ik het museum Kurhaus in Kleve, waar de jonge en internationaal befaamde Britse kunstenaar David Thorpe exposeert. Kleve heeft oog voor vernieuwende kunst. Thorpe maakt collages, schetsen en installaties, vreemdsoortige bouwsels in een utopische omgeving.
Op Koninginnedag mag ik ’s morgens een Koninklijke onderscheiding (Ridder in de Orde van Oranje Nassau) opspelden aan de oud-voorzitter van het College van Bestuur van de Radboud Universiteit, Tom Stoelinga.
Tijdens de Lintjesregen zat hij in China, zodat hij er niet bij kon zijn in de Vereeniging. In kleine kring, op zijn thuisadres, roem ik zijn grote verdiensten voor diverse maatschappelijke en onderwijsorganisaties. Daarna bezoek ik de festiviteiten die de Oranjestichting midden op het Goffertpark organiseert. Voorzitter Jos Hekking leidt mij rond en is vergenoegd dat ik deze keer de das van zijn stichting die ik bij mijn aantreden kreeg, heb omgedaan. Het is een tikje wisselvallig maar tijdens onze rondgang blijft het droog. Een fraai koor uit Wijchen, dat nog wel wat meer mannelijke leden kan gebruiken, zingt het Wilhelmus en moderne hits en gezamenlijk drinken we een oranjebitter. Onder de activiteiten is ook een oefengolfcourse,
waar ik een balletje mag slaan. Ik golf zelf niet en vraag mij af waar al die anderen toch de tijd vandaan halen.
denkt dat ze voor de onderscheiding van een vriendin komt, een ander is door een vriendinnenclubje hierheen gelokt. Ook oud-burgemeester Ed d’Hondt,
bestuurlijk alleskunner van beroep, weet van niets. Hij denkt dat hij is uitgenodigd om de onderscheiding van universiteitsvoorzitter Roelof de Wijkerslooth op te sieren. Naïef, oordeelt zijn vrouw Estelle, die in het complot zit, achteraf terecht. Een paar mensen die deze keer in de prijzen vallen, zijn helaas in het buitenland. Die krijgen de komende dagen alsnog hun onderscheiding. De Nijmeegse ‘vangst’ is ook dit keer heel divers: van eminente wetenschappers tot vrijwilligers in de ouderenzorg en parochie. En van een politieke ‘plakker’ als oud-raadslid Van Soest tot de directeur van metaalbedrijf Hendriks. Een beetje weinig vrouwen (4 op de 16) en geen enkele allochtone Nijmegenaar. Dat kan en moet anders!
overhandigd van een onderzoek naar de overlast en schade van de jongste jaarwisseling. “Nederlands grootste evenement” noemen de onderzoekers Otto Adang en Edward van der Torre Oud en Nieuw. Daar hebben ze gelijk in. We moeten daarom ook meer landelijke afspraken maken over de aanpak van de orgie van geweld en vernieling die de jaarwisseling tegenwoordig lijkt te zijn. Het rapport werd onder embargo eerder aan de pers verstrekt. Toch stond de inhoud vandaag al in De Gelderlander, vreemd.
Ook stel ik officieel een databank in gebruik die onder auspiciën van het Nijmeegs 4 en 5 mei-comité is ingericht. De databank geeft een overzicht van alle dodelijke slachtoffers uit Nijmegen van 1940 tot 1945. Van verzetsmensen tot weggevoerde en vergaste joden en van slachtoffers van het vergissingsbombardement tot mensen die gedood werden door oorlogshandelingen in en na september 1944.
voor nieuwe Nederlanders. Ook dit keer komen ze oorspronkelijk uit alle mogelijke landen verspreid over 4 continenten. Ik vind het altijd een feest om deze mensen een certificaat van Nederlanderschap te overhandigen. Voor het Wilhelmus is ditmaal gekozen voor een a capella uitvoering van het Koninklijk Nijmeegs Mannenkoor. Mooi maar erg traag en zwaar. Het lijkt alsof ik in slow motion meezing.
hebben gevestigd. Eten voor het goede doel dus, dat doen we graag. Het is bovendien nog lekker ook, dus in het geheel geen straf.
een Zilveren Waalbrugspeld op te prikken. Begonnen bij de Vrolijke Heikneuters stoomde Jo op naar de SOCN waarvan hij zowel penningmeester als voorzitter werd. Rust en overzicht straalde hij uit. En binnenpret.
en hun buren Roos. Zoontje Pepijn ligt in het ziekenhuis met een ernstige virusinfectie, maar gelukkig gaat het nu de goede kant op. Moeder Astrid blijft bij hem in het ziekenhuis, maar vader Roeland wil de gast aan tafel toch ontvangen, zij het dan bij de buren Frank en Sasha Roos die een fantastische nasimaaltijd hebben bereid. Met een dierenarts, een kinderpsychologe en een ICT-consultant aan tafel gaat het gesprek al snel over de economische kansen van Nijmegen, de uitstraling van de stad, het hondenlosloopbeleid (mooi scrabblewoord) en het leefklimaat in buurt en regio. De tuinen van de mooie huizen sluiten aan op een gemeentelijke binnentuin die daadwerkelijk als sociale ontmoetingsplaats en ideale speeltuin figureert.
te onthullen. De galerij van oud-burgemeesters heeft een opfrisbeurt gehad en binnenkort zal haar beeltenis daar dagelijks te zien zijn. Jeroen Henneman, die met zijn vrouw voor de onthulling uit Amsterdam is overgekomen, heeft een werkelijk treffend portret gemaakt in de vorm van een staande tekening, zoals hij het bronzen beeld zelf noemt. De bronzen lady is een aanwinst voor Nijmegen, dat vindt ook de geportretteerde. (zie hier mijn
voor Roparun, ten behoeve van ondersteuning van terminale kankerpatiënten, die het niet gegeven is nog meer tijd te krijgen maar met wat hulp misschien wel kwaliteit van leven. Collega Gert Prick en ik hebben beloofd om de eerste etappe van rond 7 kilometer mee te lopen. Hardlopen is leuk, al ben ik niet zo’n ochtendloper en regent het nu een beetje. Maar het loopje gaat lekker, via de Scheidingsweg de Nijmeegse Baan omhoog en na het Taborhuis te hebben aangedaan weer terug naar beneden.
woont daar sinds een jaar of 10. Daarvoor woonde ze liefst 60 jaar aan de Acaciastraat. Wat haar bijzonder maakt is dat ze vandaag 105 is geworden. Zij is daarmee de een na oudste inwoner van het land. Onvoorstelbaar hoe vief en kien ze is. Ze hoort nog uitstekend, kan ook prima zien, zelfs de ondertiteling op televisie, heeft een voortreffelijk geheugen en volgt de samenleving op de voet. Als ik vertel dat ik aan één oor doof ben, zegt ze: “ja, daar hebben meer mensen last van als ze ouder worden”. Twee wereldoorlogen meegemaakt, een zoon bijna verloren in het bombardement van februari 1944, haar man al 36 jaar dood, over-overgrootmoeder. “Als dat vrouwtje van 107, die nu de oudste is, komt te overlijden”, zegt mevrouw Tonk, “ben ik de baas van het land!” En zo is het maar net.
Dat is gevestigd in de voormalige kapel van het voormalige Kinderdorp Neerbosch en verhaalt van de geschiedenis van de wezenopvang in dit deel van het land. Een mooi, klein museum met een zeer specifiek publiek, waaronder veel voormalige wezen en hun nazaten. In de hoogtijdagen woonden er maar liefst 1100 wezen in het Kinderdorp. Ze kregen er een strenge opvoeding en leerden er een ambachtelijk vak. Velen hebben er hun toekomst aan te danken gehad, maar een liefdevolle omgeving was het niet. Toch hebben veel gewezen wezen uit erkentelijkheid spullen aan het museum nagelaten. Zowel het orgel als de spits van de kapel zijn het werk van dankbare vroegere bewoners.
Ze willen alles weten over de burgemeester. Hoe oud moet je eigenlijk zijn om burgemeester van Nijmegen te zijn? Honderd jaar vind ik, dan pas weet je waar je over praat. Ik ben pas 50 dus veel te jong. De meiden betwijfelen of ze me moeten geloven.
genood, samen met het gezin Wessel-Yetemen, een vriendin, mevrouw Durmus, en de oude buurvrouw tante Bep. Het wordt een mooie avond met heerlijk Turks eten en veel discussie over Nijmegen, de stand van het land, dromen in het Turks of het Nederlands, de toekomst van NXP en het populisme in de politiek. Zoon Dennis vraagt of ik nog een opdracht weet voor een onderzoeksproject op school. Wat te denken van klimaatbeleid in Nijmegen? Hij lijkt enthousiast.