zaterdag 16 juni 2007

13 t/m 16 juni

Woensdag vertrek ik voor een paar dagen naar Curacao. De Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen heeft mij uitgenodigd om een symposium toe te spreken. De USONA is enkele jaren geleden door de Nederlandse en de Antilliaanse overheid opgericht als tussenstation voor de ontwikkelingssamenwerking. De uitvoeringsorganisatie van USONA beheert de ontwikkelingsgelden en beoordeelt de projecten die volgens tevoren overeengekomen programma’s worden ingediend. Ik was als minister verantwoordelijk voor de oprichting. Als burgemeester van een ‘Antillianengemeente’ heb ik er baat bij dat vooral de programma’s Onderwijs en Duurzame Economische Ontwikkeling goed van de grond komen, dat scheelt een heleboel problemen met toekomstloze jongeren die onze kant op komen.

De vlucht duurt zoals bekend bijna 10 uur. Dat geeft mij de gelegenheid mijn toespraak voor te bereiden. Als ik op vliegveld Hato aankom is het in Nederland al bijna nacht. Ik heb in het verleden geleerd gewoon de dag door te trekken en je direct aan het tijdsverschil aan te passen. Dus ga ik ’s avonds naar een ontvangst waar ik veel oude bekenden spreek.

Nadat ik als een blok geslapen heb, ben ik om 8.30 uur ’s ochtends bij de start van het symposium. In een essay dat vandaag wordt gepresenteerd hebben prof. Theo Camps en ik onze idee├źn over de toekomst van de programfinanciering uiteengezet, mede in verband met de staatkundige vernieuwing op de Antillen. Over een paar jaar zal het land Nederlandse Antillen niet meer bestaan, de zelfstandige landen Curacao en St Maarten blijven net als de kleinste eilanden (Bonaire, St Eustatius en Saba) binnen het Koninkrijk maar hebben hun eigen autonomie. De eerste tijd zal een onafhankelijke “buffer” in de verdeling en aanwending van de ontwikkelingsgelden nodig blijven en dus is er toekomst voor USONA.
In toespraak benadruk ik de noodzaak van investeren in mensen en niet alleen maar focussen op nieuwe structuren. Het symposium wordt druk bezocht, nagenoeg de hele Antilliaanse politiek is aanwezig, net als de ondernemerswereld, de maatschappelijke instellingen en de pers. Het voelt goed om weer even terug te zijn, ik ben nog steeds erg betrokken.

Vrijdag neem ik de kans waar om me in Willemstad verder te informeren over de laatste ontwikkelingen. Ik breng eerst een bezoek aan de Gouverneur Frits Goedgedrag, een bijzonder prettige man en een symbool van integriteit. Het Paleis van de Gouverneur ligt in het Fort Amsterdam. Aan de overkant van het binnenplein huist de minister-president in het gebouw waar ook de ministerraad is gevestigd. ‘Minpres’ Emily de Jongh-Elhage ontvangt me hartelijk. Ze is optimistisch over de bestuurlijke vernieuwing van de Antillen en ook over de economische mogelijkheden. Gelukkig trekt de economie weer aan, vooral door het toerisme. Ik bied aan om samen met andere Nederlandse oud-politici mee te blijven denken. De rest van de dag spreek ik achtereenvolgens met oud-premier Etienne Ys, minister Omayra Leeflang van Onderwijs en minister Dave Dick van Justitie. Vooral minister Leeflang is inspirerend. Zij werkt voortvarend aan de vernieuwing van het gehele onderwijssysteem waardoor scholing veel meer verplichtend wordt. Als eerste wordt de leerplichtleeftijd verlaagd naar 4 jaar. Ze zet vooral in op taalonderwijs en dat is ook noodzakelijk, zowel om op de Antillen als om in Nederland een toekomst op te bouwen. Ook Nijmegen wil zijn steentje bijdragen aan een goede opbouw, onze expertise kunnen we waar nodig ter beschikking stellen.

Zaterdagmiddag vlieg ik terug (om door het tijdverschil pas zondagmorgen weer op Schiphol aan te komen), in de ochtenduren onderga ik nog even de hoge temperaturen en de zwoele wind. Ik ben niet zo dol op dit klimaat en ben blij als ik weer de airco in mag.