Dinsdag reis ik na een lange collegevergadering naar Den Haag voor een afsluitend diner van de Adviescommissie Informatiestromen Veiligheid. Ons rapport over de wijze waarop opsporings- en veiligheidsdiensten met geautomatiseerde databestanden omgaan en hoe ze informatie (niet) delen, is klaar en wacht op aanbieding aan de minister van BZK.
Voorafgaand aan het diner heb ik ook een overleg met de jury van de Anne Vondelingprijs voor politieke journalistiek. Wij besluiten de bijna 90-jarige NRC- columnist en analyticus Jerome Heldring te lauweren. Ik sluit niet uit dat de huidige generatie politieke journalisten stevig zal morren. Dat moet dan maar, volgend jaar beter. Ik zie ook nog kans bij te praten met de kamerleden Ineke van Gent (GL) en Miriam Sterk (CDA) en oud-kamerlid Frank de Grave (VVD). Samen waren we jaren geleden 2 weken op de Antillen en dat schept een band. Frank kan ik in zijn huidige functie van voorzitter van de Nationale Zorgautoriteit nog even aanspreken over specifieke belangen van een Nijmeegse zorginstelling.
Woensdag ga ik onder meer op ziekenbezoek bij mijn academische leermeester Tijn Kortmann. ’s Middags brengen de vergaderingen van het regionaal college van de politie en het algemeen bestuur van de veiligheidsregio mij in het gemeentehuis van Druten. We spreken over veel, maar de regionale pers is vooral geïnteresseerd in de vraag of we nu in heel Gelderland-Zuid rond oud en nieuw vreugdevuren gaan verbieden. Nee, geen uniformiteit, wel streven om lokale afwegingen goed op elkaar af te stemmen.
Eind van de middag praat ik een half uurtje bij met raadslid Jo Jansen, nuttig om elkaar goed te kunnen begrijpen. Ook een overleg met raadslid Peter Breukers die sinds kort de nieuwe plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad is. Hij heeft er zin in. Over een paar weken zal hij in mijn afwezigheid een raadsvergadering leiden en dat doet hij ongetwijfeld enthousiast, kundig en met humor.
Donderdag ontvang ik eerst de directeur van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Daarna word ik opgehaald door een busje van de stichting Dagloon. Deze stichting heeft zijn onderkomen aan de Fresiastraat en zorgt voor zinvolle tijdbesteding van werkloze dak- en thuislozen. Allemaal hebben ze een eigen verhaal, een eigen geschiedenis die ze hier heeft gebracht. Ze horen bij Nijmegen en doen prima werk door papiertjes en rotzooi in de straten en parken op te ruimen. Schoon Nijmegen, ook dankzij Dagloon. Ik spreek af dat ik in het najaar eens een paar uur mee ga “prikken”.
Vandaag ook, naast allerlei interne overleggen, een felicitatiebezoek aan een 100-jarige Nijmeegse (het zijn toch altijd vrouwen die zo oud worden) en een uitgebreid werkbezoek van de Gevolmachtigde Minister van de Nederlandse Antillen Paul Comenencia. Samen met wethouder Lenie Scholten spreken we over het ‘Antillianen-beleid’ in onze stad en ontmoeten we vertegenwoordigers van diverse Antilliaanse maatschappelijke organisaties. Zij vormen de cruciale factor om jongeren een kader te geven en waar mogelijk een nieuwe toekomst. Nijmegen telt meer dan 2000 ingeschreven burgers van Antilliaanse afkomst en wie weet hoeveel ‘hoppers’. Juist die jongeren die geen vast werk hebben en dan eens bij tante logeren, dan eens bij maten elders, die vormen een probleem. ’s Avonds in concertgebouw De Vereeniging een mooi en soms lekker swingend dubbelconcert van de Koninklijke Zangvereniging Nijmeegs Mannenkoor en het zeer professionele koor van de Amerikaanse Rutgers University. Nijmegen meets USA…

Het UMC Nijmegen is immers veel meer dan een ziekenhuis en bovendien is er tegenwoordig sprake van een integratie van het academisch ziekenhuis en de medische faculteit van de universiteit. Onze gastheer is de vorig jaar van het Amsterdamse OLVG overgekomen (of overgenomen, ook in deze wereld zijn er transfers) voorzitter Emile Lohman. Enthousiast en buitengewoon open, een prima gesprekspartner. Hij en zijn collega’s laten ons verschillende onderdelen van het UMC zien. Het Vrouw en Kind-gebouw is indrukwekkend door zijn sfeer, transparantie en concept.
Nu ja, er wordt allang in gewerkt en onderricht maar nu is het officiële moment. Steltenlopers in fraaie kostuums voeren een prachtig, zij het licht onbegrijpelijk schouwspel op. Na mijn openingspraatje hang ik door aan de slinger van een ingewikkeld apparaat te zwengelen twee loodzware vleugels om de schouders van de hoofdsteltenloper. Hij valt niet, blijft manmoedig staan en weet zelfs nog wat niet ongevaarlijke passen te lopen. Enfin, de HAN op stelten en het zal ongetwijfeld nog behoorlijk gezellig zijn geworden nadat de burgemeester en zijn ambtsketen weer zijn vertrokken.
en het Max Planckinstituut. ’s Middags woon ik de viering van de dies natalis van de Radboud Universiteit bij. Bij deze gelegenheid in een stampvolle concertzaal De Vereeniging vindt ook de rectoraatsoverdracht plaats. De bij de studenten zeer geliefde bioloog Kees Blom wordt opgevolgd door de civilist Bas Kortmann, die ik nog van mijn Nijmeegse juridische jaren ken. Een mooie plechtigheid met opvallend veel zwaar gedecoreerde hooggeleerden in prachtig vol ornaat. Helaas hoor ik dat vriend en leermeester Tijn Kortmann (oudere broer) een hartoperatie moest ondergaan. Het zit hem rond festiviteiten niet mee.
Een zaal voor wizzkids, hoogintelligente wetenschappers en her en der een heus genie, zelfs een Nobelprijswinnaar. Ik vertel iets over onze ambitie om als kennisstad niet alleen wetenschappelijk toonaangevend te zijn, maar ook warm en gastvrij voor kenniswerkers van alle landen. Onder leiding van Roelof de Wijkerslooth vindt daarna een boeiende discussie met de zaal plaats die we afdrinken met een glas wijn in Chalet Brakkestein (heerlijk om daar te komen, vooral ook omdat wij er meer dan 25 jaar geleden ons huwelijk vierden).
Samen met haar commissaris Clemens Cornielje heet ik de Koningin bij de portier van haar auto welkom. Dat vraagt het protocol, al zijn wij niet de feitelijke gastheren. De laatste keer dat ik de Koningin sprak was op een audiëntie na mijn aftreden als minister. Als het toen anders was gelopen, had ik hier niet gestaan…
toen ik natuurlijk met het bestuur van de Nijmeegse Oranjestichting het Wilhelmus zong en de festiviteiten op de Goffertweide officieel van start liet gaan, kon ik even een paar dagen vrij nemen, zoals heel veel Nederlanders. Een paar heerlijke dagen in Frankrijk.
De plechtigheid was sober en mooi. Onbegrijpelijk dat de mensen die op het belendende terrasje zaten niet even gingen staan, zoveel moeite zou dat niet geweest zijn.