Excellenties, mijnheer de Commissaris van de Koningin, collega's van nabije gemeenten, dames en heren, jongens en meisjes,
Opnieuw is het hier volgelopen. Jong en oud, Nijmegenaren en van ver daarbuiten. Elke dag blijkt weer dat wij herdenken belangrijk vinden, dat wij willen gedenken wat hier gebeurd is, wie daar bij waren en wie de slachtoffers waren. Het bombardement op Nijmegen, 22 februari 1944, is in ons collectieve geheugen vastgezet en dat blijft zo, zelfs als er niemand meer over zou zijn die het zelf heeft meegemaakt.
Het doet mij goed dat u hier bent. Ik mag dat in het bijzonder zeggen tegen degenen die het bombardement zelf hebben meegemaakt en tegen hen die toen, 67 jaar geleden, geliefden verloren. Wij gedenken die geliefden met u.
Ich bin Ihnen, Herr Botschafter Dr. Behr, sehr erkenntlich das Sie heute bei uns sind um zusammen mit die Nimwegenaren alle Opfer von 22 Februar 1944 zu gedenken. Die Opfer waren nicht nur holländische Einwohner von Nimwegen und andere Gemeinden, aber auch junge Deutsche.
I would like to express my appreciation to the deputy Chief of Mission of the US Embassy, mr Edwin Nolan, for accepting our invitation to adress this ceremony today on behalf of the American people.
Dames en heren, hoe vaak je de foto's ook ziet, de foto's van de ravage na het bombardement, het went nooit, het blijft verbazen, schokken. De ramp, de ravage en de chaos en de totale leegte daarna, er was letterlijk een halve stad weggeblazen. Leegte waar ooit kerken stonden, woonhuizen, winkels, horecagelegenheden. Leegte waar mensen waren geweest, leegte in de harten en hoofden van nabestaanden en van mensen die het bombardement zelf maar net overleefden.
Ik moet zelf aan deze leegte denken als ik dezer dagen langs Plein 44 loop, de vertrouwde contouren zijn recentelijk weggeslagen en opeens is die leegte van toen voelbaar, van de dag dat het Plein zomaar uit het niets ontstond als een zichtbaar gat in het fysieke en emotionele hart van Nijmegen.
Bijna 800 mensen zijn bij het nooit bedoelde, ongeplande, en toch gebeurde bombardement omgekomen. We weten nu dat het woord "vergissing" de lading van de dodelijke vlucht van 22 februari 1944 niet helemaal dekt. Misverstanden, miscommunicatie, gebrek aan heldere instructies, onzekerheid, het speelde allemaal mee. Hoe moeilijk was het in de eerste decennia na de oorlog om te accepteren dat onze bevrijders ook fouten hadden gemaakt, dat geallieerden niet alleen maar goed en onfeilbaar waren geweest. Waar zwart en wit zo scherp waren gescheiden, licht en donker harde contrasten waren, daar paste geen nuances, geen realistische kijk op wat er echt gebeurd was, door echte mensen van vlees en bloed.
Het leed is door een betere blik op het verleden natuurlijk niet minder geworden, maar dat we ons scherper bewust zijn van het verleden en dat beter kunnen plaatsen, geeft ons misschien wel meer mogelijkheden om nu en in de toekomst met dat schrille verleden om te gaan. We kunnen hopelijk steeds beter de leegte die op die fatale dag onze stad in werd gebombardeerd een plek geven in ons huidige volle leven.
Die leegte van 22 februari is op Plein 44 nog altijd voelbaar, maar evenzeer hier, waar wij nu herdenken. Dit is de meest schrijnende plek. Er staat nog een kastanjeboom, maar geen kleuterschool meer. De zusters van Jezus Maria Josef zijn er niet meer, de spelende en lachende kinderen zijn er niet meer, de vrolijke beweging is bevroren. De schommel staat voor altijd stil. Leegte en stilte. we herdenken in stilte, maar het is ook de scherpste herinnering, de eerste ervaring van overlevenden: het ogenblik nadat de bommen waren gevallen, heel eventjes was het dood- en doodstil. Daarna begonnen mensen te schreeuwen, te huilen, te helpen.
Hoe stil moet het hier op de speelplaats van de Montessori-kleuterschool zijn geweest in dat ene ogenblik?
Ik zeg dat ook tegen de jongens en meisjes van de basisschool Montessori en van het Montessori College Nijmegen. Jullie hebben schommels gemaakt bij het thema Stilte, die straks in de vitrine in het stadhuis een plek krijgen bij de namen van de slachtoffers. Mooi dat jullie dat hebben gedaan en dat jullie zo stilstaan bij de kinderen van 67 jaar geleden. Zij kregen nooit de kans om op te groeien, zelf kinderen te krijgen of kleinkinderen aan wie zij verhalen van vroeger konden vertellen. Anders hadden die kinderen van toen misschien nu de oma of opa van je vriendje of buurmeisje kunnen zijn.
Dames en heren,
Een dichter heeft ooit geschreven: Het leven, dat is een herinnering die je met anderen kunt delen. De herinneringen aan het bombardement van 1944 worden nog steeds gedeeld. We houden ze levend en zo houden wij ook een beetje de slachtoffers van toen in leven. Wij kennen hun namen en spreken ze af en toe nog uit. Zoals een joods gezegde luidt: dan leven ze nog, mensen sterven pas echt als ze helemaal niet meer worden genoemd.
Ik dank de Stichting In Paradisum voor alle inspanningen om de herinnering levend te houden. En laten we in die herinnering ook de mensen herdenken die vandaag de dag nog slachtoffer worden van bombardementen, bv. door hun eigen leiders bevolen, zoals dezer dagen in Libië.
Het herdenken, het herinneren, hoeft niet altijd groots te zijn, het kan in kleine dingen zitten. Zoals in dat versje uit een poesiealbum van een klein meisje aan haar vriendinnetje Annie. Het kleine meisje zelf kwam om bij het bombardement van 67 jaar geleden. Ze had geschreven:
"Honderd bommen en granaten
En een leger van soldaten
Verslind ik liever geheel en al
Eer ik jou vergeten zal."
Digitaal archief, overgenomen van de website van de gemeente Nijmegen.
dinsdag 22 februari 2011
vrijdag 21 januari 2011
Toespraak: Bezuiniging hoger onderwijs, Den Haag
Hooggeleerd publiek,
Op een academische zitting past het burgerlijk bestuur bescheidenheid. Die bescheidenheid wordt alleen maar groter als het letterlijk zwart ziet van de toga's.
Ik spreek hier niet namens dé burgemeesters van dé universiteitssteden en ik voer ook geen oppositie tegen dit kabinet. Ik zeg dat zo nadrukkelijk om elke suggestie van het tegendeel weg te nemen. Ik denk wel dat veel bestuurders van kennissteden zich met mij zorgen maken over het effect van de aangekondigde maatregelen om op de uitgaven van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek te bezuinigen. Een oude wet in politiek en bestuur, ongetwijfeld geformuleerd op basis van grondig academisch onderzoek, luidt dat de kosten voor de baat uitgaan. De maatregelen doen precies het omgekeerde: eerst ombuigen en pas over een aantal jaren weer investeren in het hoger onderwijs. Het gat dat wordt geslagen, moet worden opgevangen met reserves, if any.
Op een academische zitting past het burgerlijk bestuur bescheidenheid. Die bescheidenheid wordt alleen maar groter als het letterlijk zwart ziet van de toga's.
Ik spreek hier niet namens dé burgemeesters van dé universiteitssteden en ik voer ook geen oppositie tegen dit kabinet. Ik zeg dat zo nadrukkelijk om elke suggestie van het tegendeel weg te nemen. Ik denk wel dat veel bestuurders van kennissteden zich met mij zorgen maken over het effect van de aangekondigde maatregelen om op de uitgaven van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek te bezuinigen. Een oude wet in politiek en bestuur, ongetwijfeld geformuleerd op basis van grondig academisch onderzoek, luidt dat de kosten voor de baat uitgaan. De maatregelen doen precies het omgekeerde: eerst ombuigen en pas over een aantal jaren weer investeren in het hoger onderwijs. Het gat dat wordt geslagen, moet worden opgevangen met reserves, if any.
maandag 3 januari 2011
Toespraak: Nieuwjaarstoespraak
Dames en heren, Nijmegenaren en gasten van Nijmegen,
Mooi dat u hier bent en in zulke grote getale. Het is dat het wat gedooid heeft, anders had ik het nog moeten zien of u allemaal wel glibberend en al hierheen had kunnen komen…
Het was wat je noemt een zoutloos einde van het jaar. U zou allemaal geen rechtgeaarde Nimwegenaar zijn geweest als u niet massaal van uw onvrede over gladde wegen, bevroren fietspaden en besneeuwde kruisingen had laten blijken, op sites, op blogs, via mails en boze brieven. De nieuwe directeur van de DAR kreeg wat je noemt een warm onthaal in onze stad.
Wat er ook van zij, dit jaar moet en zal het beter gaan, al moet het college er persoonlijk strooiend voor rond gaan!
Ik hoop dat u goed zit, ik weet het eigenlijk wel zeker, want de stoelen in onze mooie Vereeniging zijn allemaal vernieuwd, net als de directie. Als het nu nog kraakt, ligt dat niet meer aan de gemeente maar aan het feit dat u met de feestdagen toch teveel gegeten heeft.
Ik wens u allemaal een mooi, gelukkig en vooral gezond jaar toe. Ik verheug mij op de samenwerking met velen van u, binnen en buiten de stad, ik zie bijvoorbeeld de burgemeester van Arnhem en de collega’s van onze buurgemeenten, wij hebben elkaar meer dan ooit nodig.
Ich wünsche auch unseren Deutschen Freunden ein glückliches neues Jahr und freue mich auf unsere Zusammenarbeit als Nachbarn ohne Grenzen.
And best wishes for the new year to all our other international guests, living in Nijmegen as expats, being student or professional.
Mooi dat u hier bent en in zulke grote getale. Het is dat het wat gedooid heeft, anders had ik het nog moeten zien of u allemaal wel glibberend en al hierheen had kunnen komen…
Het was wat je noemt een zoutloos einde van het jaar. U zou allemaal geen rechtgeaarde Nimwegenaar zijn geweest als u niet massaal van uw onvrede over gladde wegen, bevroren fietspaden en besneeuwde kruisingen had laten blijken, op sites, op blogs, via mails en boze brieven. De nieuwe directeur van de DAR kreeg wat je noemt een warm onthaal in onze stad.
Wat er ook van zij, dit jaar moet en zal het beter gaan, al moet het college er persoonlijk strooiend voor rond gaan!
Ik hoop dat u goed zit, ik weet het eigenlijk wel zeker, want de stoelen in onze mooie Vereeniging zijn allemaal vernieuwd, net als de directie. Als het nu nog kraakt, ligt dat niet meer aan de gemeente maar aan het feit dat u met de feestdagen toch teveel gegeten heeft.
Ik wens u allemaal een mooi, gelukkig en vooral gezond jaar toe. Ik verheug mij op de samenwerking met velen van u, binnen en buiten de stad, ik zie bijvoorbeeld de burgemeester van Arnhem en de collega’s van onze buurgemeenten, wij hebben elkaar meer dan ooit nodig.
Ich wünsche auch unseren Deutschen Freunden ein glückliches neues Jahr und freue mich auf unsere Zusammenarbeit als Nachbarn ohne Grenzen.
And best wishes for the new year to all our other international guests, living in Nijmegen as expats, being student or professional.
woensdag 8 december 2010
Toespraak voor het Meldkamercongres
Excellentie, dames en heren,
Ik dank minister Opstelten voor zijn openingswoorden. Dat de minister, het Veiligheidsberaad en het Korpsbeheerdersberaad dit bestuurlijk congres samen organiseren, onderstreept de consensus over de noodzaak om over de toekomst van de meldkamers – en met name de schaalgrootte – te spreken. Dat betekent overigens nog niet dat we het ook bij voorbaat eens zijn over de vraagstelling en de oplossingen.
Deze locatie, het stadion van voetbalclub ADO, is in ieder geval goed gekozen. Deze illustere club, en dan met name de aanhang, heeft vroeger regelmatig een hele meldkamer aan de gang kunnen houden. En niet alleen ADO, nog steeds nopen voetbalwedstrijden in het hele land tot coördinatie vanuit de meldkamer.
Ik dank minister Opstelten voor zijn openingswoorden. Dat de minister, het Veiligheidsberaad en het Korpsbeheerdersberaad dit bestuurlijk congres samen organiseren, onderstreept de consensus over de noodzaak om over de toekomst van de meldkamers – en met name de schaalgrootte – te spreken. Dat betekent overigens nog niet dat we het ook bij voorbaat eens zijn over de vraagstelling en de oplossingen.
Deze locatie, het stadion van voetbalclub ADO, is in ieder geval goed gekozen. Deze illustere club, en dan met name de aanhang, heeft vroeger regelmatig een hele meldkamer aan de gang kunnen houden. En niet alleen ADO, nog steeds nopen voetbalwedstrijden in het hele land tot coördinatie vanuit de meldkamer.
woensdag 24 november 2010
Toespraak: Opening van de 8e Dag van de Kwaliteit
Dames en heren,
We maken economisch zware tijden door. De daarmee gepaard gaande intrinsieke bezuinigingen op lokaal, provinciaal en landelijk niveau blijven niet zonder gevolgen voor onder meer de werkgelegenheid en de zorgsector. Het is dan ook een goed besluit van De Kentering geweest om juist nu de Dag van de Kwaliteit in het teken te stellen van Werk. Het is goed dat deze dag niet alleen wordt benut voor bezinning, maar ook, of wellicht juist ook, voor ontmoeting, ontspanning en inspiratie.
Ik neem u, met uw welnemen, even mee terug in de tijd. Het is nog niet zo heel lang geleden dat we in Nederland mensen met een psychisch probleem wegstopten. In de jaren tachtig van de vorige eeuw, dat klinkt ver weg, maar is echt nog maar kort geleden, kwam er een ommekeer in het denken over deze groep. Nijmegen liep voorop in die veranderingsdrang. Er was grote tolerantie voor mensen met een afwijkend gedrag.
Die tolerantie was overigens gebaseerd op een goede traditie. Het was Johannes van Duuren, opzichter bij het Cellenbroederenhuis in Nijmegen, die rond 1840 baanbrekend werk verrichtte. In het Cellenbroederenhuis werden mensen met een psychische aandoening verpleegd. De verpleging bestond letterlijk en hoofdzakelijk uit het aan kettingen leggen van patiënten in kleine hokken. Het was zélfs zo dat deze mensen tegen een kleine vergoeding bezichtigd konden worden als een soort volksvermaak. Johannes van Duuren voerde de humanisering van de zorg door. Hij zette de hokken open, bevrijdde de patiënten letterlijk van de kettingen, gaf hen een bed, leerde hen weer lopen na hun voornamelijk liggende bestaan en probeerde hen met werk ook weer aan de slag te krijgen. Van Duuren verwierf daarmee landelijke bekendheid en werd als voorbeeld voor anderen gesteld. Hij ontving in 1842 een koninklijke onderscheiding maar had van mij ook gelijk zalig moge worden verklaard.
Sinds 2007 wordt door het Nederlands Instituut voor Psychiatrische Verpleegkunde een prijs uitgereikt die naar deze Johannes van Duuren is vernoemd. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan de verpleegkundigen die zich uitzonderlijk hebben ingezet voor innovatie (in het verminderen van dwang en) de geestelijke gezondheidszorg.
In Santpoort staat sinds zestig jaar een standbeeld van Johannes van Duuren en zijn vrouw die samen zo veel hebben gedaan.
Misschien wordt het wel tijd om ook in Nijmegen aandacht te schenken aan deze voorvechters van de rechten van cliënten met een psychische aandoening.
We maken economisch zware tijden door. De daarmee gepaard gaande intrinsieke bezuinigingen op lokaal, provinciaal en landelijk niveau blijven niet zonder gevolgen voor onder meer de werkgelegenheid en de zorgsector. Het is dan ook een goed besluit van De Kentering geweest om juist nu de Dag van de Kwaliteit in het teken te stellen van Werk. Het is goed dat deze dag niet alleen wordt benut voor bezinning, maar ook, of wellicht juist ook, voor ontmoeting, ontspanning en inspiratie.
Ik neem u, met uw welnemen, even mee terug in de tijd. Het is nog niet zo heel lang geleden dat we in Nederland mensen met een psychisch probleem wegstopten. In de jaren tachtig van de vorige eeuw, dat klinkt ver weg, maar is echt nog maar kort geleden, kwam er een ommekeer in het denken over deze groep. Nijmegen liep voorop in die veranderingsdrang. Er was grote tolerantie voor mensen met een afwijkend gedrag.
Die tolerantie was overigens gebaseerd op een goede traditie. Het was Johannes van Duuren, opzichter bij het Cellenbroederenhuis in Nijmegen, die rond 1840 baanbrekend werk verrichtte. In het Cellenbroederenhuis werden mensen met een psychische aandoening verpleegd. De verpleging bestond letterlijk en hoofdzakelijk uit het aan kettingen leggen van patiënten in kleine hokken. Het was zélfs zo dat deze mensen tegen een kleine vergoeding bezichtigd konden worden als een soort volksvermaak. Johannes van Duuren voerde de humanisering van de zorg door. Hij zette de hokken open, bevrijdde de patiënten letterlijk van de kettingen, gaf hen een bed, leerde hen weer lopen na hun voornamelijk liggende bestaan en probeerde hen met werk ook weer aan de slag te krijgen. Van Duuren verwierf daarmee landelijke bekendheid en werd als voorbeeld voor anderen gesteld. Hij ontving in 1842 een koninklijke onderscheiding maar had van mij ook gelijk zalig moge worden verklaard.
Sinds 2007 wordt door het Nederlands Instituut voor Psychiatrische Verpleegkunde een prijs uitgereikt die naar deze Johannes van Duuren is vernoemd. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan de verpleegkundigen die zich uitzonderlijk hebben ingezet voor innovatie (in het verminderen van dwang en) de geestelijke gezondheidszorg.
In Santpoort staat sinds zestig jaar een standbeeld van Johannes van Duuren en zijn vrouw die samen zo veel hebben gedaan.
Misschien wordt het wel tijd om ook in Nijmegen aandacht te schenken aan deze voorvechters van de rechten van cliënten met een psychische aandoening.
Abonneren op:
Posts (Atom)